Het gezin Elderkamp-Schultens

De beroepen van de voorvaders van Margaretha Schultens
Het leven van Margaretha Schultens is uitermate boeiend. Ze komt uit een geslacht dat tot de bovenklasse in hun tijd behoorden. Niet tot de echte elite, maar wel tot de goed gesitueerden met een zeker aanzien. Haar vader was arts, haar opa’s oefende ambtelijke functies uit bij de provinciale overheden van Groningen en Friesland.
Haar opa Funger Scholten was benoemd tot administrateur van de ‘Gemene Landsmiddelen’ door Stadhouder Willem (..) Friso, prins van Oranje. Hij en een aantal andere heren waren voor die functie uitgezocht, omdat er nogal wat bezwaren waren gemaakt door ‘Goede Ingezetenen” over de wijze waarop de heffing van de Gemene Landsmiddelen was geregeld. Om die ophef weg te nemen was een van de maatregelen de aanstelling van ‘Luijden aan ‘t Publicq meest aangenaam, en van welkers gedrag, trouwe en kundigheit, men zich volkomen kan verzekerd zijn.’ (Een andere aangestelde administrateur was Vliege, vermoedelijk Jan Vliege, de neef van Funger, van wie zijn kinderen later de erfenis deelden.) Verder waren voorvaders van vaders kant schoolmeester en aan haar moeder kant predikant, docent aan een Latijnse school en hogere militairen.
De vraag is hoe deze welstand binnen een tot twee generaties zo achteruit heeft kunnen gaan. Iets wat terug te zien is in de wijze waarop Margaretha’s leven en dat van haar kinderen verliep.
Belangrijke oorzaak van de sociale neergang die zich tijdens Margaretha’s leven voltrok, was haar ongehuwde moederschap. Het is intrigerend om te zien dat dit niet alleen gevolgen had voor zowel haar nakomelingen uit het ongehuwde moederschap en maar ook voor die uit haar huwelijk.
Door haar ongehuwde moederschap waren haar kansen op de huwelijksmarkt zeer verkleind. Het ongehuwde moederschap werd in de 19e (en ook in het grootste deel van de 20e eeuw) afgekeurd. Niet alleen eventuele huwelijkspartners trokken zich daardoor terug, ook werkgevers zaten niet op een werkneemster met een kind te wachten.
Maar natuurlijk was er meer aan de hand. Ook haar broers en zusters oefenden ambachtelijk of ongeschoold werk uit. De broers waren koopman en bakkersknecht, de zusters dienstmeid en naaister. Ook hun moeder was naaister geweest toen ze als jong meisje met de 40-jarige arts trouwde. Natuurlijk zijn dit allemaal eerbiedwaardige beroepen. Heel veel van onze voorouders oefenden die uit. Het is alleen frappant dat in onze enige hogergeschoolde vooroudertak de sociale positie zo snel achteruit ging.
Een andere oorzaak kan zijn geweest dat haar vader, Hendrik Schultens, begon te dementeren en vanaf dat moment niet veel inkomen meer kon verwerven. Hij was Raad van Justitie van Friesland geweest, maar die benoeming was niet in een vaste aanstelling omgezet. In 1819, toen zijn dochter Anna trouwde was hij al zo dement, dat hij wegens ‘innocentie’ geen toestemming voor het huwelijk kon geven.
Natuurlijk hebben ook maatschappelijke ontwikkelingen meegespeeld. Margaretha werd geboren, drie jaar voordat Napoleon de Nederlanden bij Frankrijk inlijfde. Het Franse bewind stortte ons land in een enorme economische malaise. Veel mannen raakten hun baan en daarmee hun inkomen kwijt. Gezinnen konden hun kinderen niet meer te eten geven. Het percentage vondelingen is nooit zo hoog geweest als juist in de tijd dat Margaretha opgroeide en volwassen werd. Ook nadat Napoleon verslagen was, was de financiële toestand van het land zo deplorabel dat velen van bedeling afhankelijk werden. De hele 19e eeuw worstelden velen om het hoofd boven water te houden. Een moeilijke tijd om een zelfstandig leven op te bouwen dus. Maar laten we eens kijken hoe het Margaretha en het gezin dat ze met Johannes Elderkamp stichtte, verging.

Overzicht van de nakomelingen van Margaretha Schultens, die volwassen werden
Huwelijk met Johannes Elderkamp
Margaretha trouwt in april 1824 met de 6½ jaar jongere Johannes Elderkamp. Beide hebben 4 jaar eerder een ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Margaretha werd moeder van een dochtertje, Johannes verloor zijn moeder en broertje. Hij was het oudste kind. Na het overlijden van zijn moeder, die slechts 42 jaar werd, bleef hij achter met zijn vader en drie jongere zusjes, van wie de jongste pas 11 jaar was. Johannes was 20 jaar. Zijn vader was zilversmidsgezel en moest het gezin in zijn eentje draaiende houden. Het scheelde wel veel dat de oudste dochter al 17 jaar was. Zij zal zonder twijfel het huishouden gedaan hebben. Johannes was in de voetsporen van zijn vader getreden en was zilversmidsgezel geworden.

Bij het huwelijk van haar zuster Wija heeft Margaretha de familie Elderkamp zeker gezien. Johannes’ vader was getuige. Jacob Elderkamp is de broer of een neef van Willem Elderkamp.
Margaretha heeft Johannes waarschijnlijk leren kennen via haar zus Wija. Toen die 12 jaar eerder trouwde, waren Willem en Jacob Elderkamp, getuigen bij haar huwelijk. Zij hoorden kennelijk tot het netwerk van haar man Jacob Mengers. Willem Elderkamp was goudsmid en de vader van Johannes. Jacob was vermoedelijk een neef van zijn vader. Kennelijk was de relatie tussen de Schultens’ en de Elderkamps zodanig dat de grote fysieke afstand geen belemmering was om met elkaar in contact te blijven. Margaretha woonde immers in Noord-Drachten en Johannes in Groningen. Het is wel wonderlijk dat een jongeman van 25 jaar, een leeftijd waarop veel mannen met een jongere vrouw trouwde, dat Johannes ervoor koos om met een veel oudere vrouw met een kind te trouwen. Of heeft hij zich gedwongen gevoeld omdat zij zwanger van hem werd? Of is hij door zijn familie gedwongen? Of vonden ze elkaar toch gewoon aantrekkelijk? We weten het niet. Feit is dat ze trouwden toen Margaretha 3 maanden zwanger was. Ze had niet veel geleerd van haar eerdere ervaring of ze was heel zeker van Johannes. Laten we maar uitgaan van dat laatste.

De huwelijksakte van Margaretha en Johannes, opgemaakt te Drachten.

Margaretha en Johannes trouwden in 1824 in Drachten. Hierboven de ondertekening van de huwelijksakte door Margaretha, Johannes en Margaretha’s moeder, Margaretha Heidema. De vader van Johannes die in Groningen woonde, had per akte toestemming gegeven.
Johannes verhuisde - waarschijnlijk vanwege zijn huwelijk - naar Leeuwarden. Ze trouwden in april 1824 in Drachten. Zijn vader was niet aanwezig, maar verleende zijn toestemming via een notariële akte. Kennelijk was de afstand van Groningen naar Drachten te ver of te duur. Anders dan de ‘Schutter’ 4 jaar eerder had de jonge Johannes wel zijn verantwoordelijkheid genomen en was zijn trouwbelofte nagekomen.
Kennelijk was het voor Johannes een brug te ver geweest om een gezin te vormen met Margaretha’s dochter. De kleine Margaretha bleef achter in Drachten, terwijl haar moeder naar Leeuwarden verhuisde. Waarschijnlijk is dit feit de bron van Margaretha’s gevoel ‘verstoten’ te zijn.
Margaretha trouwde als dochter van een arts – een medicinae doctor- net als haar broers en zusters onder haar stand. Zij had dan nog als extra handicap haar ongehuwde moederschap. Die liet haar niet veel keus. De economisch neerwaartse spiraal zette zich ook bij haar nageslacht voort. Als zilversmid had Johannes eigenlijk een luxeberoep. De vraag naar zilveren producten was afgenomen omdat veel mensen die zich die niet konden veroorloven. Margaretha moest dus een zuinige huisvrouw worden.
Leeuwarden

Leeuwarden in de eerste helft van de 19e eeuw. Bron Beeldbank Tresoar

Margaretha en Johannes woonden in Leeuwarden eerst in de Kleine Hoogstraat 71, hoek Gouveneursplein (nu nr 2) (bij de gele pijl) en in de Kromme Elleboogsteeg 236 (afgebroken). (bij de rode pijl).

De getuigen bij de geboorteaangifte van zoontje Willem zijn beiden zilversmid.
Ook hun woonomgeving werd aangepast aan hun inkomsten. In Leeuwarden woonden ze in Kleine Hoogstraat op nummer 71, dat op de hoek van het Gouveneursplein lag. Hun twee eerste zoontjes werden hier geboren. Ze zullen vrijwel zeker niet de enige huurders van die woning zijn geweest.
Hun eerste zoon Willem kwam 6 maanden na het huwelijk van zijn ouders ter wereld. Hij werd naar de vader van Johannes genoemd. Bij de geboorteaangifte zijn twee collega-zilversmeden getuige. De aanwezigheid in Leeuwarden van zoveel zilversmeden is mogelijk een teken dat er daar toch wel een boterham te verdienen viel als zilversmid. De aanwezigheid van het voormalige Stadhouderlijke Hof, dat in de tijd dat Margaretha en Johannes in Leeuwarden woonden, nog steeds als Koninklijk Paleis in handen was van Oranjes, zal wel voor een grote entourage van chique personen hebben gezorgd, die zich zilveren snuisterijen konden permitteren. Johannes was trouwens niet als zelfstandig zilversmid gevestigd, maar werkte als zilversmidsgezel of- knecht. De collega’s die getuigen waren, waren eveneens knechten.

De tweede zoon van Margaretha en Johannes, Hendrik is in de Kleine Hoogstraat 71 (nu 2, bij de rode driehoek) geboren en overleden.
Dezelfde collega’s waren ook getuigen bij de aangifte twee jaar later van zoontje Hendrik. Hij werd vernoemd naar wijlen zijn opa Schultens en overleed 3 weken later. Twee jaar later besloten Margaretha en Johannes met het gezin een bezoek te brengen aan oma in Drachten. Margaretha was toen hoogzwanger. Of ze zich verrekend had of de dat de nieuwe zoon Hendrik zich vroegtijdig liet zien, weten we natuurlijk niet. Maar tijdens hun verblijf in Drachten werd Hendrik II geboren. ‘Toevallig’ zoals Johannes aan de ambtenaar verklaarde.

De geboorteaangifte van Hendrik II is een beetje een rommeltje. Er staat een ander kind aangegeven, maar die akte is doorgehaald en de aangifte van Hendrik werd in de kantlijn erbij gepriegeld.
Het gezin Elderkamp keerde – uitgebreid met de kersverse zoon - weer terug naar Leeuwarden, waar ze op zeker moment verhuisden naar de Kromme Elleboogsteeg.

De Kromme Elleboogsteeg 236 te Leeuwarden, later afgebroken.
In 1829 treffen we Johannes twee maal aan in de volkstelling. De eerste keer, toen hij nog 31 jaar was, is hij geteld op de Turfmarkt in het Huis van Burgerlijke en Militaire Verzekering. Hij zat dus gevangen. Als beroep wordt arbeider opgegeven.
Alhoewel de leeftijd en het beroep dat opgegeven werd bij beide inschrijvingen verschillen, gaat het wel degelijk om Johannes Elderkamp, de man van Margaretha.
Wat had hij gedaan?


Het signalement en de plaatsing in het Huis van Correctie.
Op 9 december 1829 stond hij terecht voor de “Regtbank van eersten aanleg te Leeuwarden” wegens “misbruik van vertrouwen’. Hij werd tot twee maanden “correctie” veroordeeld. Hij zat tot 18 februari 1830 in het Huis van Burgerlijke en Militaire Verzekering. Deze was gelegen aan de Turfmarkt en was gevestigd in de Kanselarij.

1829: de inschrijving van het vonnis van Johannes Elderkamp.
Er waren twee aanklaagsters: Anna Wijbenga, 16 jaar oud, en Aaltje Oenes Rekker, vogelverkoopster, 18 jaar oud.
Anna Wijbenga verklaart dat zij “kort na de Leeuwarder Kermis aan den beklaagde die te hunnen huize was om te vragen of er ook eenig zilversmidswerk voor hem te doen was, heeft ter hand gesteld een zilveren eau de la reine-doosje waaraan een ringetje ontbrak onder bepaling dat hij dit voor drie stuivers daaraan zoude maken -dat zij evenwel na eenige dagen dit doosje volgens gedane belofte niet terug ontvangende eenige pogingen in het werk heeft gesteld om hetzelve terug te bekomen, doch wat zij ook deed hetzelve niet heeft kunnen meester worden, zoodat zij deze zaak aan de Justitie heeft aangegeven.

Een Eau de la Reine doosje. Eau de la Reinewater is vergelijkbaar met eau de cologne. Loderein was een kostbare vloeistof die slechts door rijken en welgestelden kon worden aangeschaft. Het werd bewaard in speciale (vaak zilveren) lodereinblikjes of -potjes. Deze doosjes werden door vrouwen bij zich gedragen. Bron: Wikipedia
Aaltje Oenes Rekker verklaart “dat de beklaagde in het begin der maand november bij hun kwam te vragen of zij ook eenig zilversmidswerk voor hem hadden te doen, waarop hij van haren broeder een kast van een horlogie had ontvangen om schoon te maken, die hij dan ook een paar dagen daarna in de beste orde had terug gebragt, dat dit eenig vertrouwen bij haar had verwekt en daarom ook eene gebroken doekspeld van haar getuige aan hem had mede gegeven om te maken, - dat na verloop van eenige dagen deze speld niet terugkomende, zij zich ten zijnen huize heeft vervoegd, wanneer hij haar beloofde de speld de volgende dag te zullen terug bezorgen, - dat hij echter hieraan niet beantwoorde zij daarna verscheidene pogingen bij hem heft aangewend om de speld terug te bekomen, doch dat zij telkens met schoone beloften is afgewezen.”
Na Johannes gevraagd te hebben wat hij ter zijner verdediging aan te voeren heeft, antwoordt Johannes: “Zijnde bekent, de hem ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd; - maar zegt zulks uit diepe armoede te hebben gedaan, uit hoofde hij geen vast werk had.”

Links van de bomen in het midden: de kanselarij aan de Turfmarkt te Leeuwarden in 1849. Hier waren justitie en het Huis van Correctie in gevestigd. Johannes zat hier twee maanden in hechtenis.
De officier eist drie maanden hechtenis en een boete van 13 Nederlandse gulden “en de kosten der procedure. De regtbank heeft na deliberatie vonnis gewezen waarbij de beklaagde is gecondemneerd tot een gevangenzetting in een huis van correctie voor den tijd van twee maanden tot eene boete van dertien Nederlandsche Gulden en in de kosten dezer procedure.” (Bron: Tresoar, Leeuwarden; Inv.nr: 709, toegangsnr. 16, 09-0-02 Correctionele zaken, 1812-1838. Met dank!)

Het eerste deel van het verslag van de rechtszitting tegen Johannes Elderkamp met o.a. het relaas van Anna Wijbenga.
In de Kromme Elleboogsteeg waar het gezin Elderkamp woonde, zullen Margaretha en haar drie zoontjes dat jaar geen leuke kerstviering hebben gehad. Hoe zij het gered heeft helemaal zonder inkomen, is de vraag.
Naar Groningen

Woonplek van Margaretha en Johannes in Groningen: De Bloemstraat (rode pijl) en Achter de Muur (gele [ijl)
Waarschijnlijk was de detentie van Johannes de reden dat Margaretha en Johannes Leeuwarden verlieten en naar Groningen verhuisden aangezien zijn goede naam als zilversmid naar de maan was. In Groningen konden ze hopelijk opnieuw beginnen.
Dochter Margaretha kwam door de verhuizing naar Groningen nog verder van haar moeder te wonen. In 1831- 2 jaar na de veroordeling van Johannes- overleed oma Margaretha Schultens-Heidema. Op dat moment waren Margaretha Schutter en Lucia, het jongste zusje van Margaretha, op zichzelf aangewezen. Dat kan het moment zijn geweest dat Margaretha Schutter naar Groningen werd gestuurd om daar dienstmeisje te worden. Margaretha was 11 jaar en Lucia 19 jaar. Misschien dat Lucia met haar meeging. Maar dit is speculeren.

In Groningen woonden ze in de Bloemstraat op nr 240 in de wijk met de Letter O.
Kennelijk hebben de gebeurtenissen en zeker de armoede waarin ze terecht waren gekomen, invloed gehad op de relatie tussen Margaretha en Johannes. Hun volgende kindje liet 5½ jaar op zich wachten. Bij de geboorte in Groningen van hun dochtertje was Margaretha inmiddels al 42 jaar. De kleine Johanna - naar oma Elderkamp genoemd- werd slechts 14 maanden.
Drie jaar na haar overlijden werd als laatste weer een jongetje geboren dat naar zijn vader, Johannes, werd vernoemd. Hij werd slechts 3½ maand.

Margaretha Schultens en haar kinderen en kleinkinderen
Al met al leidde Margaretha Schultens een moeilijk en nogal een turbulent leven. Ze kreeg in haar huwelijk met Johannes 5 kinderen, van wie er slechts 2 volwassen werden: Willem en Hendrik. In totaal kreeg Margaretha 7 kleinkinderen, van wie er 4 volwassen werden.
Margaretha overleed in Groningen op 65-jarige leeftijd. Ze woonde toen Achter de Muur in Groningen.

Achter de Muur te Groningen, het laatste woonadres van Margaretha Schultens
Johannes overleefde haar nog 18 jaar. We gaan zien hoe het de kinderen en kleinkinderen Elderkamp is vergaan. Klik hier.
Noten
- Jan Kok, ‘Buitenechtelijke geboorten in Nederland van de zeventiende tot de twintigste eeuw’, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 47 (1993) 175-199*
- Loderein is een vroeger gebruikt soort reukwater, verwant aan eau de cologne. Het woord is een verbastering van het Franse L’eau de la reine, ofwel ‘koninginnewater’. Loderein was een kostbare vloeistof die slechts door rijken en welgestelden kon worden aangeschaft. Het werd bewaard in speciale (vaak zilveren) lodereinblikjes of -potjes. Er bestonden ook aparte lodereindoosjes (reukdoosjes) die bij opening een aangename geur verspreidden. Deze doosjes werden door vrouwen bij zich gedragen, en bevatten een sponsje of watje, waarmee de huid gedept kon worden. Bron: Wikipedia
- Afbeeldingen, kaarten en foto’s komen overwegend uit het Fries en Groningse Archief.