Aalmoezeniersweeshuis

Amsterdam wordt heden ten dage overspoeld door toeristen van over de hele wereld. Een groot deel van hen komt om een goed geconserveerde stad te bekijken die een idee geeft hoe de wereld eruitzag toen Amsterdam nog het centrum van de wereld was, in de zgn. Gouden Eeuw.

Toestroom

Ook in die tijd stroomde de stad vol met mensen van elders, alleen kwamen zij uit overlevingsstrategie. Amsterdam bood de werkgelegenheid die elders niet te vinden was. Dit betrof met name mensen van Duitse afkomst, maar het gemeentebestuur stimuleerde ook de komst van Waalse textielwerkers in een poging de Leidse lakenindustrie te overtroeven door de Amsterdamse concurrentiepositie te verbeteren met kwalitatief hoogwaardige producten, gemaakt door excellente Waalse textielwerkers. Omdat er in Amsterdam ook een tolerant beleid gevoerd werd ten aanzien van andere godsdiensten, zochten ook veel mensen die elders om hun geloofsovertuiging vervolgd werden, zoals Duitse en Spaanse en Portugese Joden en Franse Hugenoten, hun toevlucht tot de stad Amsterdam.

Overleven

Voor sommigen van hen, maar ook voor andere, in Amsterdam geborenen, bleef het echter sappelen. Zij slaagden er niet in om mee te profiteren van het gunstige economische klimaat. Zij moesten zich om te overleven tot de bedeling van de kerkgenootschappen en van de stad wenden. Wanneer ze kinderen kregen, konden ze die niet verzorgen en sommigen gingen er dan toe over hun kind te vondeling te leggen.

Vondelingen

Oorspronkelijk werden de vondelingen door de Armenvaders of Aalmoezeniers opgenomen en uitbesteed, onder dak gebracht dus, bij mensen in de stad. Het aantal vondelingen nam in de loop van de 17e eeuw echter zo sterk toe, dat besloten werd tot de bouw van een apart huis voor wezen en vondelingen. In 1666 werd dat het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht in gebruik genomen. Het besloeg bijna het hele perceel tussen Leidsegracht en Leidsestraat en Lange Leidsedwarsstraat en Prinsengracht. Het moet zeker voor die tijd een zeer indrukwekkend gebouw zijn geweest. Qua grootte kon het bijna concurreren met het Stadhuis op de Dam.

afbeelding

Het Aalmoezeniershuis in ongeveer 1670. Op deze afbeelding komen de meisjes uit de poort aan de linkerzijde en de jongens aan de rechterzijde. Op latere afbeeldingen is de situering van de poorten andersom. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Alle kinderen die bij families in de stad uitbesteed waren, werden in het weeshuis geplaatst. Alleen de jongsten bleven bij een min. Twintig jaar later was het huis alweer te klein.

afbeelding

Het Aalmoezeniersweeshuis in 1693 met aan weerszijde de uitbreiding. Links het weeshuisziekenhuis, rechts de pakhuis waar nieuwe meisjesslaapzalen in gebouwd werden.

Uitbreiding

Het Aalmoezeniersweeshuis werd in 1680 uitgebreid met een ziekenhuis verbonden met het jongensdeel van het weeshuis door een binnenplaats. Het huis was oorspronkelijk bedoeld voor de opvang ten hoogste 800 kinderen, maar in 1683 was de bevolking reeds opgelopen tot 1300 kinderen. Aan de meisjeszijde werd een nieuw huis toegevoegd. Hiermee kon het Aalmoezeniersweeshuis deze 1300 kinderen onderdag bieden.

afbeelding

Het Aalmoezeniersweeshuis in 1758 op een tekening van Jan Punt. Rond 1800 liep het aantal vondelingen helemaal uit de hand. De zolder boven het ziekenhuis werden als slaapzaal voor jongens ingericht.