Genealogisch onderzoek in het Aalmoezeniersweeshuisarchief

Gedetailleerdere informatie volgt nog.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling over de vondelingen zijn de “Uitbesteed bij de minnenboeken” geïndexeerd. Binnenkort wordt die toegevoegd aan de indexen van Stadsarchief. Genealogen kunnen dan hun voormoeders vinden via de indexen op de website van het Stadsarchief Amsterdam. Maar er is meer.

Minnen tussen 1780 en 1793

Onvolledige inschrijvingen

In de periode van 1780 tot 1798 bekleedde juffrouw Sophia van der Put de functie van kantoorjuffrouw of comptoirmoeder. Zij hield in het uitbesteedboek bij wie de kinderen ondergebracht werden. Die informatie was voor intern gebruik. Nu kende zij de minnen persoonlijk. Voor haar was het genoeg te weten dat een kind bij Willemijn op de Looiersgracht of bij Mietje achter het huis was ondergebracht. Zo noteerde zij dit dan ook in het uitbesteedboek. Soms liet ze zelfs de naam weg en noteerde ze alleen het adres. Dit maakt het in eerste instantie onmogelijk de informatie over een min te vinden. Voor mijn onderzoek heb ik alle inschrijvingen tussen 1780 en 1793 ingevoerd. Daardoor kreeg ik het totale plaatje en kon ik de ontbrekende informatie aanvullen. Ook de koppeling aan het MOB-archief hielp om de ontbrekende naam van de min te achterhalen. Het is zonder dit bestand bijna ondoenlijk om alle inschrijvingen bij een min te achterhalen. Nu is dit laatste hulpmiddel niet echt van toepassing voor nakomelingen van vondelingen. Het MOB, het Middel op Begraven, wordt immers alleen genoteerd als een kind overleden is.

Aanvraag informatie minnen 1780 – 1793

Mocht u een voormoeder hebben die tussen 1780 en 1793 min voor het Aalmoezeniersweeshuis was, dan kun u contact met mij opnemen. Ik zal u dan de gegevens die ik over haar heb gevonden sturen.

Zoeken in het archief van het Aalmoezeniersweeshuis

Over dit onderwerp heeft Harmen Snel, archivaris van het Stadsarchief Amsterdam, een voortreffelijk artikel geschreven voor Gens Nostra. U kunt dat hier downloaden (met toestemming van de auteur) Klik op de titel. Harmen Snel, Vondelingen in Amsterdam in de beginperiode van de Burgerlijke Stand (1811-1821), 2011

Onderstaande informatie wordt nog verder uitgewerkt op deze site

Over wie vind je info in het Aalmoezeniersweeshuis-archief?

  • Vondelingen. Dit vindt u onder 2.3 Kinderen
  • Minnen. Dit vindt u onder 2.3.Kinderen en dan Plaatsing 2.3.2
  • Regenten en weeshuispersoneel. Informatie betreffende personeel vindt u onder 2.1 Personeel.

Vondelingen

Inname

De gegevens

De inkomende kinderen werden secuur bijgehouden in de Ingenomen kinderenboeken. Bewaard zijn de innameboeken van 1682 tot en met 1827, het jaar dat het weeshuis opgeheven werd. (inventarisnummer 92-189) In de innameboeken heeft elk kind zijn of haar eigen bladzijde. Daarop wordt de datum, de vindtijd, de vindplaats, de geschatte leeftijd en de kopie van een eventueel bij het kind gevonden briefje genoteerd. Het briefje is erbij geplakt. Wanneer een kind teruggehaald wordt door de moeder, dan wordt dat onderaan genoteerd, met naam van de moeder. Nadat de Fransen de regenten verplicht hebben de kinderen niet alleen gereformeerd te laten dopen, wordt ook de godsdienst van het kind vermeldt. Wanneer een kind snel na binnenkomen overlijdt, schrijft de secretaris obiit met de datum van overlijden, naast de inschrijving.

De nummers

Om het kind te kunnen traceren tussen het grote aantal opgenomen kinderen krijgt het een nummer. Dat nummer begint met UB, wat de afkorting is van Uitbesteedboek. In tijden van een grote toevloed aan vondelingen zal een kind een nieuw nummer krijgen. Over het algemeen krijgt het een nummer dat is vrijgekomen door overlijden of uitgaan van een ander kind.

Indexen

Om een kind in de Innameboeken te kunnen vinden, zijn de alfabetische indexen daarop een hulpmiddel. Ze zijn er alleen niet van alle jaren. De indexen beslaan de jaren 1721-1747 en 1752-1795. Ze zijn alfabetisch op achternaam geordend.
Wanneer je voorouder net in een van de ontbrekende jaren opgenomen wordt, kost het meer moeite hem te vinden. Je hebt dan verschillende mogelijkheden:

  • bladeren in het jaar waarvan je weet dat het kind gevonden is.
  • Wanneer het om een pasgeboren kind gaat kun je eerst zijn doop opzoeken. Dat geeft een indicatie van de datum waarop het kind binnengebracht is. De pasgeboren en ongedoopte kinderen worden aan het begin van elke volgende maand gedoopt. Je hoeft dan alleen de voorgaande maand door te bladeren.
  • Zoeken in de index van het Kinderhuis of van het Grootkinderhuis en dan terug werken. Helaas levert dat niet altijd resultaat op omdat niet alle schoolmeesters die deze boeken bijhielden consequent het nummer uit het vorige boek noteert.

Uitbesteding bij de min

Wanneer een kind is ingenomen en nog niet de kinderhuisleeftijd heeft, wordt het bij een min geplaatst. Het kind is hier eenvoudig te vinden, nadat je de inname hebt gevonden. De datum is bekend. Het enige wat je dan hoeft te doen is het Uitbesteedboek van dat jaar op die datum open slaan en onder die datum de naam van je voorouder zoeken.

Gegevens

In het Uitbesteedboek staat genoteerd bij welke min het kind geplaatst is. Ook de verplaatsingen zijn genoteerd. Buiten het UB-nummer staat meestal ook vermeld hoe de uitbesteding ten einde kwam. Door overlijden, door de plaatsing ‘in huis’ of door teruggave aan de ouders. Bij ‘inhuisplaatsing’ wordt meestal ook het Kinderhuisnummer (KH) vermeld.

Hoe toch het kinderhuisnummer te vinden?

Soms vergeet de kantoorjuffrouw die het boek bijhoudt, de afloop te noteren. Dan weet je niet wat het kinderhuisnummer van het kind is en wordt het lastig zoeken in de kinderhuisboeken. Gelukkig wordt er nog een boek bijgehouden: het Minnenkledingbetaalboek.

Kinderhuis

De kinderhuisboeken zijn te vinden onder Plaatsing en Kinderhuisboek Hierin wordt bijgehouden wat het kind aan kleding krijgt en wat de min betaald heeft gekregen. In het Minnenkledingbetaalboek wordt door de meeste kantoormoeders consequenter bijgehouden hoe de opname eindigt. Helaas is dat niet altijd zo. Met name vanaf 1798 wordt vaak alleen vermeld dat het kind naar het kinderhuis is gegaan, echter zonder het nummer te vermelden. Behalve dat het Minnenkledingbetaalboek uitkomst kan bieden om alsnog te vinden met welk nummer een kind op het Kinderhuis geplaatst wordt, geeft het ook mooie extra informatie over wat het kind allemaal aan kleding heeft gekregen en hoeveel er aan minnenloon is betaald voor hem of haar.

Uitbesteding op het platteland

Minnen

  • Wanneer kregen ze kinderen
  • Hoeveel kinderen
  • Hoe lang bleven die bij de min? M.a.w. hoe liep de opvang af?
  • Waar woonden ze?

Aanvullende bronnen

  • Middel op Begraven (MOB)