Jacob Dagloonder en zijn familie tot 1942

Jacob Dagloonder en zijn familie tot 1942

145 gezin Cosman Dagloonder en Sara Nunes Vaz 1942.JPG

Overzicht van het gezin van Cosman Dagloonder en Sara Nunes Vaz. De kinderen zijn Esther (1916), Joseph (1918), Jacob (1920), Abraham (1922), Philip (1924), Sarlina (1926), Noach (1929), Louis (1931) en Bernard (1934)

Jacob Dagloonder werd op 5 augustus 1920 geboren als derde kind van Cosman Dagloonder en Sara Nunes Vaz. Hij werd vernoemd naar zijn moeders vader, Jacob Nunes Vaz. Zijn zus Esther was bijna 4 jaar ouder en zijn broer Joseph 2 jaar. Na Jacob, die de roepnaam Jaap kreeg, werden nog 6 kinderen geboren: Abraham, Philip en Sarlina met een tussenpozen van 2 jaar en Noach, Louis en Bernard met telkens 3 jaar verschil. De jongste, Bernard scheelde 14 jaar met Jacob. Vader Cosman verdiende de kost als koopman, soms in aardappelen, groenten en fruit, soms in lompen, tweedehands kleding en metalen. Hij had zijn werkterrein in het centrum en in Amsterdam-West.

Vader Cosman Dagloonder 1891 -1942

Vader Cosman Dagloonder. Foto op zijn marktvergunning, Bron: Stadsarchief Amsterdam

Het gezin woonde in 1934 in Oost in de President Brandtstraat 70 III in de Transvaalbuurt, dat een nieuwe Joodse buurt was geworden, toen de oude Jodenbuurt gesaneerd werd en veel Joden hier een woning kregen. Toen er weer ruimte kwam in hun oude buurt, verhuisde het gezin terug. Ze betrokken de Rapenburgerstraat 58 III en in augustus 1937 vestigde het gezin zich in de Nieuwe Kerkstraat op nummer 89 I. Van hieruit trouwden de twee oudste kinderen. Esther met Leo Henri Mutsemaker en Joseph met diens zuster Carolina Mutsemaker. Esther en haar man vestigden zich in de Transvaalbuurt en Joseph in de Leeuwenhoekstraat. Met zijn zwager Leo Mutsemaker zou later hij een deel van de tijd in de Duitse concentratiekampenhel samen doorbrengen.

Nieuwe Kerkstraat 89

De Nieuwe Kerkstraat in 1957. Het pand links is nummer 89. De leegte naast het huis is ongetwijfeld ontstaan, doordat het huis na de deportatie van de Joodse bewoners is leeggeroofd en gesloopt. Op nummer 52 I woonde Esther van Linda, Sara’s moeder en Jacobs oma dus. Nummer 89 is later afgebroken voor de verbreding van de Weesperstraat. Bron: Stadsarchief Amsterdam

Jacob ging niet in de handel zoals zijn vader, maar hij werd perser net als zijn broer Joseph. Zijn broer werkte bij textielfabriek Holland-Kattenburg, maar of Jaap daar ook in dienst was, is niet bekend. Jaap stond bij zijn ouders ingeschreven. Of hij hier daadwerkelijk woonde, is niet bekend. Het feit dat hij pas later op een reguliere manier in handen van de Duitsers viel, duidt hier wel op. Wanneer het hem gelukt was zonder Duitse goedkeuring de benen te nemen uit Schoorl, zou hij thuis niet veilig zijn geweest. Hij zou zich dan hebben moeten verstoppen voor de fanatieke NSB-politieambtenaren van het Bureau Inlichtingendienst. Dit politiebureau in de Nieuwe Doelenstraat was na de razzia’s in 1941 opgericht op bevel van de Duitsers zodat zij gebruik konden maken van mensen die op de hoogte waren van de Nederlandse ins en outs. Alleen de meest fanatieke NSB-agenten waren welkom bij dit Bureau. Zij maakten niet alleen jacht op verzetsstrijders, maar in eerste instantie vooral op de betrokkenen bij de dood van de WA’er Koot. Deze was bij een knokpartij tussen de provocerende en treiterende WA’ers en Joodse jongemannen dodelijk getroffen met een buis. Dit feit werd door de Duitsers aangegrepen om hun jacht op en de vernietiging van de Joodse bevolking te starten. Het begin waren de razzia’s van februari 1941.

Archiefkaart van Jacob Dagloonder

Blijkens de persoonskaart van Jacob Dagloonder woonde hij tot zijn vertrek naar Duitsland bij zijn ouders. PB 365683 is het nummer van zijn persoonskaart. Bron SAA

Na de door de WA’ers uitgelokte vechtpartijen werden vooraanstaande Joodse mannen gesommeerd de Joodsche Raad te vormen. Degenen die de taak op zich namen hebben de illusie gehad dat ze wellicht erger konden voorkomen. Uiteindelijk bleek hun organisatie slechts bedoeld om effectief de Joodse bevolking uit te roeien. Zij moesten de hele Joodse bevolking van Nederland in kaart brengen.

In de loop van 1941 moet Jacob vermoed hebben aan welk lot hij ontkomen was. Vier neven en twee ooms waren bij de razzia’s opgepakt. Zijn neven Hartog en Abram Dagloonder waren in augustus in Hartheim vermoord, zijn neef Abram Dagloonder was al in april in Buchenwald omgekomen en zijn neef Benjamin Dagloonder in september in Mauthausen. Ook zijn ooms Andries en Joseph Nunes Vaz, twee jongere broers van zijn moeder, kwamen twee weken na elkaar in augustus en september 1941 in Mauthausen om. Hun doodstijdingen en die van de andere omgekomen mannen moeten veel angst te weeg hebben gebracht. Ook zijn eventuele ervaring in Schoorl met het gewelddadige gedrag van de SS’ers had hem een klein inkijkje gegeven waartoe de Duitsers in staat waren.

Het gezin Dagloonder vermoord

In de eerste helft van 1942 werd de kaartenbak van de Joodsche Raad voltooid. Alle Joden werden verplicht vanaf 3 mei een Jodenster te dragen. Er kon een begin gemaakt worden met de deportatie. In juni kreeg de Joodsche Raad de opdracht 600 Joden per dag naar Westerbork te sturen. Altijd was er de effectieve Duitse dreiging met represailles, waardoor zij altijd gedaan kregen wat ze wilden. In juli 1942 gingen 4000 oproepen de deur uit om zich te melden. Velen gaven daar geen gehoor aan. De Duitsers reageerden met een razzia op 14 juli waarbij willekeurig 800 Joden werden opgepakt. Mogelijk werden de jongere broers van Jaap, Abraham en Philip, daarbij opgepakt en naar de Hollandse Schouwburg gebracht. Zij arriveerden op 19 juli in Westerbork. Vier dagen eerder had het eerste transport van Westerbork naar Auschwitz plaatsgevonden. Abraham en Philip werden met het derde transport naar Auschwitz gestuurd.

Transportkaart van Philip Dagloonder

Transportkaart van Philip Dagloonder. Zijn vader wordt vermeld, maar ook zijn broer met wie hij samen op transport gezet wordt. Bron: Arolsen Archief

Zij werden niet gelijk bij aankomst omgebracht, zoals met de meesten gebeurde. Ze werden te werk gesteld. Abraham kwam drie weken later om. (Zie noot hieronder) Hij was 20 jaar . Philip werd ruim twee maanden na zijn aankomst vermoord. Hij was 18 jaar.

Transportkaart Sara Dagloonder-Nunes Vaz

De kaart van moeder Sara uit de cartotheek van de Joodsche Raad. Hierop is te lezen dat het gezin zich op 29 juli moest melden en op 11 september in Westerbork aankwam. Ze was ingedeeld bij het transport van 14 september 1942 met haar kinderen en haar man. Bron Arolsen Archief

Achterkant transportkaart Sara Dagloonder - Nunes Vaz

De achterkant van de kaart van moeder Sara waarop haar gezinssamenstelling genoteerd was. Ook Jacob staat hierbij. Hij werd dus geacht nog thuis te wonen. Bron Arolsen Archief

Inmiddels waren ook vader Cosman, moeder Sara Nunes Vaz en de jongste kinderen Sarlina (16 jaar), Noach (12 jaar), Louis (10 jaar) en Bernhard (8 jaar), naar Westerbork gestuurd. Zij gingen 14 september met het 19e transport naar Auschwitz-Birkenau. Moeder Sara en de kinderen werden drie dagen later, direct na aankomst, vergast. Vader Cosman zal eerst nog te werk gesteld zijn. Hij heeft mogelijk Philip nog in het kamp getroffen. Ook oudste dochter Esther werd met man Leo Henri Mutsemaker en tweejarig zoontje Isaac op transport, het 25e, gezet. Leo werd in Cosel uit de trein gehaald. Esther en haar zoontje kwamen in Auschwitz aan, en kwamen onmiddellijk na aankomst op 8 oktober 1942 om in de gaskamer. Vader Cosman werd op 19 november omgebracht.

Broer Joseph Dagloonder

Broer Joseph Dagloonder, Bron Joods Monument

Broer Joseph werd na de inval bij Hollandia-Kattenburg, op 30 november met zijn gezin naar Westerbork gestuurd. (Zie opmerking hieronder) Zijn dochtertje Sara van 6 maanden werd buiten kamp Westerbork gebracht. Zij overleed op 8 december in Hoogeveen. Of zij op een onderduikadres was onder gebracht of dat zij op bevel van de Duitsers naar elders werd gebracht is me (nog niet) duidelijk. Haar vader en moeder waren een week eerder met het 39e transport naar Auschwitz gestuurd. Joseph kwam op 28 februari 1943 om en zijn vrouw een week eerder. Dit betekent dat ze in de tussenliggende tijd nog dwangarbeid hebben moeten verrichten in Auschwitz-Birkenau.

Hoek Amstel Nieuwe Kerkstraat 1947

In de oorlog stond er naast het hoekhuis een bord “Judenstrasse. Joodschestraat”. Er was een koffiehuis gevestigd. Op de zijgevel is dat nog te zien. Na de oorlog kwam er een timmerwinkel in met als specialiteit Reparatie en onderhoud van huizen. Zeer veelzeggend in deze voormalige Joodse straat waar de huizen in de oorlog waren leeggeroofd. Bron foto: SAA

Jacob was de enige van de officieel nog thuiswonende kinderen die nog niet naar Westerbork gestuurd was. Hij belandde pas op 2 oktober in Westerbork. Zijn zuster Esther en haar man Leo Mutsemaker en hun zoontje waren op dat moment ook in Westerbork. Waarschijnlijk heeft hij hen niet kunnen ontmoeten, omdat hij in strafbarak 67 zat, waar geen bewegingsvrijheid gold. Esther en haar gezin gingen drie dagen later op transport.

Transportkaart Jacob Dagloonder 1920 -1992

Op deze kaart uit de kaartenbak van de Joodsche Raad werd bijgehouden waar Jacob zich ophield. Na zijn terugkeer werden daarop aantekeningen gemaakt over zijn latere omstandigheden. Ook zijn toenmalige verblijfplaats (NZ Voorburgwal 40 II) staat genoteerd. Bron: Arolsen Archief

achterzijde transportkaart Jacob Dagloonder

De achterkant van Jacobs transportkaart, waarop een overzicht van zijn familie is bijgehouden, voor zover zij nog op hetzelfde adres woonden, te weten zijn vader en moeder en alle jongere broers en zusters. Bron: Arolsen Archief

Lees verder.

Noot bij Joseph Dagloonder In de textielfabriek Hollandia-Kattenburg in Amsterdam-Noord werkten voornamelijk Joodse textielwerkers. Ze maakten Wehrmachtkostuums. Omdat Berlijn klaagde dat er niet genoeg Joden naar de kampen werden gestuurd, werd er een inval gedaan in Hollandia-Kattenburg met als reden dat daar een communistisch verzet werd gepleegd. Alle werknemers en hun gezinnen werden op 11 november 1942 op transport gesteld. Zo ook Joseph Dagloonder en zijn gezin. Zij overleefden die niet. Bron: Joods Amsterdam

Noot bij Abraham Dagloonder Op dezelfde dag werd zijn even oude neef die net als hij vernoemd was naar hun opa Abraham Dagloonder, vermoord. Op 30 september ondergingen twee andere neven met dezelfde naam dit lot.