Jacob Dagloonder in Buchenwald

Buchenwald was oorspronkelijk ingericht als werkkamp voor tegenstanders van het nazi-regime. De in 1941 bij de razzia opgepakte mannen werden vanuit Schoorl naar Buchenwald getransporteerd. Ook de in 1941 opgepakte communisten werden naar Buchenwald afgevoerd. Buchenwald had ongeveer 40 buitenkampen waar zwaar lichamelijk werk gedaan moest worden. In mei 1944 herbergde Buchenwald met zijn buitenkampen 31.000 gevangenen.

Bij de aankomst van Jaap en zijn zwager Leo in deze chaotische februarimaand van 1945, was hun aantal opgelopen tot 80.000. Dat gigantische aantal werd vooral veroorzaakt door de enorme toestroom van de 40.000 Joden die vanuit het oosten geëvacueerd werden. De nieuwe kampbewoners kregen een Buchenwald-kampnummer. Jacob kreeg nummer 127.581. Bij het toekennen van de nummers stond Jaap achter zijn zwager Leo Mutsemaker in de rij. Die kreeg nummer 127.580. Hierdoor weten we zeker dat Jaap en Leo vanaf Blechhammer met elkaar opgetrokken hebben. Voor de overlevingskansen kon het samen met familie of vrienden optrekken het verschil uitmaken tussen overleven of niet. Zij konden elkaar helpen, voedsel delen en elkaar verzorgen als een van hen ziek of te zwak werd. Helaas was Leo dusdanig verzwakt dat hij niet meer verder kon. Hij overleed in Buchenwald op 23 februari, twee weken na hun aankomst. Volgens de getuigenis van Jaap na de oorlog overleed Leo aan dysenterie. Door de overbevolking en de verzwakte lichamelijk toestand van de gevangenen hadden besmettelijke ziektes vrij spel.

Appèl Buchenwald

*Gevangenen bij een appèl in Buchenwald. De mensen aan de buitenkant waren het meest kwetsbaar voor mishandeling door kapo’s en SS’ers.**

Herman van Rens beschrijft hoe de aankomst en het verblijf van de Coselgevangenen in Buchenwald eruit zag. Natuurlijk eerst een langdurig appel met tellen en hertellen, daarna werden ze ondergebracht in een in aanbouw zijnde kampkeuken, zonder dak. Het desinfectiegebouw in 1943

De volgende dag weer een appèl, daarna werden ze in een kleine ruimte gedreven, wat bij velen de gedachte naar boven bracht dat ze vergast zouden worden. Ze werden hier kaalgeschoren en ondergedompeld in een bad met een desinfecterende stof. De Duitsers waren als de dood voor besmettelijke ziekten zoals tyfus. Daarna een koude douche, waarna ze de gestreepte kampkleding kregen die ze maar met elkaar moesten zien te ruilen om een passende maat te krijgen. Daarna werden in een oude bioscoopzaal gepropt waar ze twee dagen moesten verblijven. Hier kregen ze een medische keuring en ook werd hen een nieuw kampnummer toegekend, dat niet op hun arm werd getatoeëerd. Degenen die met de eerste trein aangekomen waren, waren het eerst aan de beurt. Leo en Jaap moesten tot de volgende dag wachten voor ze geregistreerd konden worden.

Kaart-Buchenwald

Buchenwald in 1945. Rechts van het Kinderblok is het “Kleine Kamp” waar de Joden werden ‘gehuisvest’. Bron: US Holocaust Memorial Museum

Na hun registratie werden de gevangenen naar het ‘Kleine Kamp’ gedirigeerd. Dit lag buiten het eigenlijke kamp en was speciaal bedoeld voor de Joodse mannen. In dit kamp verbleven 14.000 Joden. De behandeling was abominabel.

Gevangenen Buchenwald bij de bevrijding

Gevangenen in Kamp Buchenwald bij de bevrijding. Bron Yad Vasem

De ruimte was natuurlijk veel te klein. De bedden waren niet voorzien van stro. Op een plaats voor 4 personen sliepen soms elf tot achttien gevangenen. Om de ruimte zo goed mogelijk te verdelen, lagen ze om en om. Er was nauwelijks te eten. Ook brak er een tyfusepidemie uit. Ongetwijfeld is ook Leo Mutsemaker hier in het Kleine Kamp overleden.

Lees verder